De bibliotheek en cultureel ondernemerschap

13 januari 2009

Verslag van de studiedag in CODA Apeldoorn, op 27 november 2008.

Op deze koude novemberdag kwamen zo’n 35 leden naar Apeldoorn. In de bossen van de Veluwe lag nog een restje van de eerste sneeuw van dit seizoen en ook in de binnentuin van CODA lag, tussen de kleurrijke bootjes, nog een enkel sneeuwvlokje. CODA (Cultuur Onder Dak Apeldoorn) plaatst Museum, Bibliotheek en Archief & Kenniscentrum onder één dak. Basis van het gebouw is de bibliotheek, in de jaren ’80 ontworpen door Hans Ruijssenaars. CODA, ontworpen door Herman Hertzberger en geopend in 1994, is hier tegenaan gebouwd.

Het thema van de dag, die werd voorgezeten door Ian Borthwick: cultureel ondernemerschap. In de loop van de dag gaat een groot aantal definities over tafel. Deze variëren nogal van inhoud en uitgangspunt. Is cultureel ondernemerschap vooral gericht op het zelf binnenhalen van geld? Of staat het overhalen van mensen om zich met kunst en cultuur bezig te houden centraal?

Dit laatste uitgangspunt, o.a. verwoord door Hilbrand Adema, dient als basis voor de lezing van Willem Rodenhuis, vakreferent Uitvoerende Kunsten en coördinator cluster Kunsten, Media en Cultuur Bibliotheek UvA. Adema constateert dat bibliotheken slechts een beperkt deel van de mensen (de culturele elite) bereiken en pleit ervoor dat bibliotheken zich meer naar de klant moeten richten.
In zijn lezing gaat Willem Rodenhuis nader in op de dynamiek tussen de kunst van de elite en de populaire cultuur. Elitaire cultuur en populaire cultuur hebben weinig gedeelde waarden. Toch is van een uitwisseling tussen deze twee culturen altijd al sprake geweest. Béla Bartók bijv. gaf volksmuziek een plek in de klassieke muziek en André van Duin bracht de klassieke ‘timing’ uit de toneelwereld in zijn sketches en kluchten.
De wereld waarin we nu leven is ingewikkeld. Zuilen verdwijnen, ideologieën vermengen zich. Tegelijkertijd zorgen het internet en andere moderne communicatiemiddelen voor een hoeveelheid informatie en een kunstaanbod dat bijna niet meer te omvatten is. Daarom wordt het steeds moeilijker een kunstuiting op zijn ware kwaliteit te beoordelen.
De culturele praktijk van vandaag laat zien dat veelal wordt gekozen voor de massacultuur. Belangrijk is een ‘brede deelname aan’. Dit leidt tot vervlakking van het aanbod. Rodenhuis pleit daarom voor een nadere definiëring en waardering van de term ‘culturele elite’. De elite doet, beredeneerd, iets voor de massa, bijv. door middel van educatie. Aandacht voor het kleine en bijzondere moet ervoor zorgen dat de culturele elite (de ‘creatieve industrie’) op cruciale momenten belangrijk zal zijn.

Ook in de lezing van Janneke van der Wijk (directeur van Muziek Centrum Nederland) speelt de veranderende wereld een belangrijke rol. Muziek is overal en voor iedereen en de muziekwereld ontwikkelt zich constant, met steeds nieuwe bedreigingen en uitdagingen. Van der Wijk gaat o.a. in op de veranderde techniek. Hierdoor zal de CD verdwijnen en zal een groot deel van de muziek altijd - tegen betaling - online beschikbaar zijn. Politiek gezien zal de muziekwereld steeds meer verantwoording moeten afleggen voor haar maatschappelijke relevantie. De financiële crisis kan leiden tot minder subsidies. De enorme vrijetijdsindustrie tenslotte zorgt ervoor dat mensen het constant druk hebben en dat je ze daarom moeilijk aan je kunt binden.
Van der Wijk ziet de betekenis van de term cultureel ondernemerschap vooral in de definitie van Ryclef Rienstra, directeur van de VandenEnde Foundation: “ Een cultureel ondernemer produceert met artistieke integriteit een kwalitatief goed product (kunstuiting) en geeft dat aan een zo groot mogelijk publiek dat voor die kunstuiting interesse heeft”. Culturele instellingen zullen moeite moeten doen om zo’n maximaal publiek te bereiken en binnen te halen. Ze zullen moeten zoeken naar nieuwe manieren om hun publiek binnen te halen. Samenwerking met andere instellingen, zowel organisatorisch als financieel, is daarbij belangrijk. Van der Wijk ziet grote mogelijkheden in het binden van muziekliefhebbers, in participatie. Ze vergelijkt belangrijke muzikale ervaringen met familiefoto’s. Taak van de (muziek)bibliotheek van de toekomst is dit collectieve muzikale geheugen (de familiefoto’s) bij iedereen tot leven te brengen.

Na de lunch geeft Gert Floor informatie over de aankomende IAML-conferentie. 400 à 500 collega’s uit de hele wereld zullen van 4-10 juli naar Amsterdam komen en zij zullen daar worden getrakteerd op een zeer afwisselend programma. Om alles vlekkeloos te laten verlopen zijn nog veel vrijwilligers nodig: technici, manusjes van alles en medewerkers voor het congresbureau. Je kunt je nog steeds opgeven!

Omdat Leon Weterings de programmacommissie en de bibliotheekwereld heeft verlaten (hij werkt sinds kort bij de Gemeente Tilburg) hebben we hem gevraagd een afscheidscolumn uit te spreken. Deze column is een oproep aan alle muziekbibliothecarissen van Nederland om niet in paniek te raken door de dalende CD-uitleen maar in actie te komen en vol te houden. En het vertrouwen te hebben dat onze liefde voor muziek ons weer verder brengt.

Carin Reinders (directeur van CODA) haakt in op de column van Leon. De dalende uitleencijfers CD’s en bladmuziek hebben CODA doen besluiten de afdeling Beeld en Geluid drastisch te veranderen. Er blijft wel aandacht voor muziek, maar op een andere dan de traditionele manier. Games worden steeds belangrijker als afzetmarkt voor popmuziek. Een gamecollectie heeft daarom de collectie bladmuziek gedeeltelijk vervangen. Op dit moment organiseert CODA de tentoonstelling Yesterday, met popfoto’s van fotograaf Nico van der Stam. Samen met het plaatselijk poppodium Gigant worden concerten georganiseerd.
Dit zijn volgens Reinders ook de kernwoorden van cultureel ondernemerschap: onorthodoxe ideeën en oplossingen en niet gelijk aandacht voor commercie. Creativiteit en durf om bijzondere projecten op te zetten, aandacht voor experimenten. Hierdoor kan de bibliotheek (en de culturele wereld) betekenis houden in een veranderende samenleving.
Reinders geeft nog een aantal voorbeelden van deze aanpak. Samen met de ‘inwonende’ regionale krant De Stentor heeft de bibliotheek een debat over loverboys georganiseerd. Het is mogelijk in CODA kinderfeestjes te houden met aandacht voor kunst en lezen. En als Carin Reinders ons rondleidt door de bibliotheek valt meteen het loket van de Studiefinanciering op, tussen de romans. Leuk om te melden: we hebben de studiedag gamend afgesloten!


Charlotte Sienema,
Programmacommissie.