Opheffingsperikelen

29 november 2011

Martie Severt (Manager MCO-MB/Penningmeester NVMB) belicht de precaire situatie waarin de diverse instellingen met (blad)muziekcollecties en hun medewerkers zich bevinden.

Dat ik gevraagd ben iets te zeggen over de kunst/cultuur/media bezuinigingen is niet zo verwonderlijk want het Muziekcentrum van de Omroep werd bij het aantreden van het huidige kabinet “afgeschaft”. Een paar maanden later kwam er alsnog een budget van 14 miljoen beschikbaar (i.p.v. 31 ) en dat betekent een drastische reorganisatie waar ik straks meer over zal vertellen.

Maar eigenlijk deelt (bijna) ieder lid van de NVMB in de bezuinigingswoede van het kabinet.
Kort voor de zomer werd duidelijk dat allerlei instellingen vanaf 2013 niet meer kunnen rekenen op rijkssubsidie: NMI, TIN, MCN, of worden gekort (Kunstfactor) en ook onze orkestleden (zoals Holland Symfonia) worden drastisch gekort. Dit lot treft ook de Wereldomroep.
De conservatoria gaan ook minder studenten toelaten en wat dit op den duur betekent voor de mediatheken aldaar is nog onduidelijk, wellicht komen er minder opleidingen en fusies. Openbare Bibliotheken worden door de lokale overheid fors gekort op de budgetten met ingrijpende gevolgen.
Dus indirect wordt ook de NVMB getroffen want we zullen leden verliezen. Als penningmeester van de NVMB heb ik dus nog een zorg erbij. Op de korte termijn valt het wel mee, maar met het wegvallen van de jaarlijkse bijdrage van de VOB zijn we financieel wel geheel afhankelijk van onze contributies. Natuurlijk kunnen we voor projecten proberen geld binnen te halen, zoals voor het project Muziekdingen.

Al enkele weken hangt er op het prikbord in de hal van het MCO een krantenartikel met de kop: Zie ontslag als een stap in je carrière.
Een stap die niet zelden goed uitpakt. De strekking van het artikel is dat er mogelijkheden open liggen voor een ieder, ga niet bij de pakken neerzitten maar benut je kansen. Veel mensen komen uiteindelijk tot de conclusie dat ontslag eigenlijk het beste is wat hen had kunnen overkomen. Deze optimistische benadering spreekt mij aan.
Tegelijkertijd: Wie zou niet even willen weten hoe de wereld er over pakweg 5 jaar uit ziet, of hoe je werkomgeving er dan uit ziet, of willen weten of je dan überhaupt nog een baan hebt?

Afgelopen week nam Jaap van Zweden afscheid als chef-dirigent van het RFO. Dat ging gepaard met veel publiciteit, interviews, ook over de drastische reorganisatie bij het MCO. De aandacht gaat daarbij uit naar het sneuvelen van de RKF en de overlevingskansen van het MO als zelfstandig orkest en de inrichting van de twee resterende ensembles. In de NRC stond in een kader bij het interview een kort overzicht over de reorganisatie met als laatste zin: “Of binnen het nieuwe budget iets van de bibliotheek en de educatieve functie kan worden gered is nog onduidelijk”.
Ik las dat in de trein en het was alsof ik iets over buitenstaanders las, ergens ver weg, tot plotsklaps doordrong: dat gaat over je eigen bibliotheek, je eigen collega’s, je eigen toekomst.

Een ander thema, ook gerelateerd aan werk en aan bezuinigingen en helemaal niet nieuw luidt: flexibilisering, verandering, keuzes maken.
Roest niet vast op je werkplek maar stap eens over naar een andere werkplek, dat is beter voor alle partijen, werkgevers, klanten en zeker voor jezelf. Verander van omgeving, leer bij, ontwikkel nieuwe vaardigheden.

Toch zien we juist bij de (oudere) leden van de NVMB een levenslange trouw aan bibliotheek of instelling, of dat nu een conservatorium is, een openbare bibliotheek of een speciale bibliotheek. De behoefte aan verandering van werkomgeving is er vaak niet, de noodzaak was er niet maar ook de mogelijkheden om een overstap te maken waren en zijn beperkt, althans binnen het muziekbibliotheekwerk.
Persoonlijk vind ik dat het lang werkzaam zijn op eenzelfde werkplek ook grote voordelen heeft: iemand ontwikkelt in de loop der jaren steeds meer kennis over collecties en muziekrepertoire en mede daardoor wordt een adequate dienstverlening mogelijk en in standgehouden. Met het vertrek van medewerkers dreigt het gevaar dat ook veel van die kennis verloren gaat, hoewel niemand onmisbaar is …...

En ook al blijf je op dezelfde werkplek: je werk, je werkomgeving, je organisatie verandert wel, soms geleidelijk soms schoksgewijs. Het is al een hele opgave om mee te veranderen, nieuwe inzichten te verwerven en op te komen voor specifieke werkbelangen die niet altijd erkend worden.
De bibliotheekwereld is voortdurend in ontwikkeling, en dat geldt zeker ook voor bibliotheken met muziek. We hebben net het 50-jarig jubileum van de Centrale Discotheek Rotterdam achter de rug: eerst waren er lp’s , later cd’s en dvd’s en nu is de weg ingeslagen naar streaming media. De CDR heeft zich ontwikkeld van een lokale leverancier tot een landelijke leverancier en tegelijkertijd stoten steeds meer openbare bibliotheken hun eigen cd-collecties af of reduceren het aantal cd’s fors, mede omdat de CDR bestaat.

Ook bladmuziek krijgt het steeds moeilijker in openbare bibliotheken. Collecties worden verkleind waarbij wel wordt gepoogd door samenwerking voldoende repertoire beschikbaar te houden, maar de situatie mag gerust zorgelijk worden genoemd. Slagen de openbare bibliotheken erin door samenwerking de beschikbare collecties toegankelijk te houden?
Natuurlijk heeft dit niet alleen te maken met beperkte budgetten maar ook met het gebruik (het aantal uitleningen van met name klassieke bladmuziek is beperkt en loopt terug) en de mogelijkheden om online toegang tot bladmuziek te krijgen.

Dit zijn veelal heel zichtbare veranderingen, het vergt een voortdurend je aanpassen aan nieuwe mogelijkheden, vaak van technologische aard. In de praktijk levert dat al heel wat strijd op, ongemak, irritaties soms, maar ook kansen, mogelijkheden en verbeteringen. Steeds op zoek terwijl de dagelijkse werkzaamheden en beslommeringen al veel energie en tijd opslokken. Al met al is er in de afgelopen decennia veel veranderd, veel verbeterd in de dienstverlening en dat proces gaat of ging langzaam verder, met horten en stoten. Staan de gebruikers wel centraal? Zijn we wel klantvriendelijk bezig? Weten we wat de gebruikers willen?

Wat ik wel ervaar is dat de bibliotheekwereld qua flexibiliteit, mobiliteit, veranderingen niet direct voorop loopt, dat heeft te maken met de aard van de werkzaamheden en ook met het soort mensen dat graag in de bibliotheekwereld werkt. We maken prachtige catalogi en blinken uit in service op maat maar dat betekent zeker niet dat onze plek gegarandeerd is.

Zelf werk ik al meer dan 20 jaar in de Muziekbibliotheek van de Omroep in Hilversum. Van oudsher een bedrijfsbibliotheek: dienstbaar aan de levende muziek. De belangrijkste zorg was en is de verstrekking aan ensembles en omroepmedewerkers van partituren en partijen en de informatieverstrekking hierover. Dat heeft geleid tot een grote en breed georiënteerde collectie bladmuziek. Al ruim 30 jaar geleden werd voortvarend begonnen met de automatisering van de catalogus en dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de catalogus online beschikbaar werd gesteld aan het brede publiek. Dit omdat we denken dat de informatie die in de catalogus is opgeslagen voor velen interessante mogelijkheden biedt. In bepaalde gevallen kunnen buitenstaanders ook een beroep doen op de collectie, iets lenen of kopieën verkrijgen.
Nog weer recenter hebben we met het project Muziekschatten een klein deel online beschikbaar gesteld.
We liepen bij dit soort zaken bepaald niet voorop, want altijd was er de vraag: kunnen we dit doen, mogen we dit doen, zijn we hier wel voor?

De bij de vorige bezuinigingsronde (2005) bij het MCO aangestelde directeur was hier duidelijk over. We moeten laten zien wat we hebben. Misschien had hij wel een heel vooruitziende blik en voorzag hij toen al mogelijkheden of bedreigingen voor de collectie die nu actueler zijn dan ooit.

Hoe overleef je als bibliotheek, als collectie?
Het is waar dat delen van de collecties nauwelijks (erfgoed) of weinig worden gebruikt; tegelijkertijd tonen buitenstaanders belangstelling voor de collecties. Maar de primaire taak is niet gewijzigd. Wel is er een ontwikkeling op gang gekomen van statische bedrijfsbibliotheek naar een breder opererende, toegankelijker bibliotheek, met een eigen website en ook met gebruikmaking van social media. We waren goed op weg. Tegelijkertijd hadden we de handen vol aan de dagelijkse bezigheden en projecten en hadden we de zekerheid van een jaarlijks budget en een vaststaand aantal medewerkers.

Dat hele proces, van aanpassingen, veranderingen, grotere flexibiliteit, toegankelijk maken van de collecties is nu wreed verstoord bij het MCO, door de aangezegde afschaffing/bezuinigingen. Idem bij MCN waar de afgelopen tijd hard gewerkt is aan het inrichten van de nieuwe organisatie en hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de andere organisaties die getroffen worden door opheffing of forse bezuinigingen.

Natuurlijk vraag je je dan ook af wat er misgegaan is en ook of je daar dan zelf mede verantwoordelijk voor bent. Die bezuinigingen vallen niet op je dak omdat je ergens lang werkt of omdat je niet flexibel genoeg bent. Maar zou de schade beperkter geweest zijn bij een andere aanpak in de afgelopen jaren? Meer doelgroepen, uitgebreidere dienstverlening, meer dynamiek? Maar vlak het vele positieve en goede van de afgelopen periode niet uit. Bij de afschaffing van het MCO ging het om de ensembles, of men zich überhaupt bewust was van een (omroep)bibliotheek is de vraag.

Het feit dat vele andere instellingen, ook in onze eigen sector, volkomen onverwacht de wacht kregen aangezet maakte des temeer duidelijk dat het niet om de inhoud ging, maar om het halen van vastgestelde bezuinigingsquota, waarbij ondersteunende instellingen nog zwaarder worden getroffen dan de uitvoerende kunstenaars.

De grote klap voor de muziekbibliotheek kwam overigens in de fase dat de directie van het MCO een alternatief plan ontwikkelde waarbij op grond van politiek-strategische inzichten besloten werd volledig in te zetten op behoud van ensembles en levende muziek. De muziekbibliotheek mocht in slaapstand proberen te overleven …….
Dat was een doorbreking van het tot op dat moment gevoerde beleid om te komen tot proportionele bezuinigingen. Toen vielen we buiten de boot vanwege interne besluitvorming en dat is toch wat anders dan door in Den Haag gemaakte keuzes.
Dat alternatieve plan heeft het niet gehaald en we zitten nu in de fase waarin op basis van ministeriële opdrachten scenario’s worden ontwikkeld.
De minister heeft o.a. gevraagd een visie op de muziekbibliotheek te ontwikkelen waarbij (mogelijk) delen van de collectie behouden kunnen blijven. Aan die visie wordt nu gewerkt.

Dat vertaalt zich voor de Muziekbibliotheek als volgt:

- ensembletaak
- omroeptaak
- collectietaak/erfgoedtaak

Stap voor stap wordt onderzocht hoe de taken kunnen worden ingevuld en we hopen dat er voldoende middelen beschikbaar zullen komen voor een continuering van de interne dienstverlening en hopelijk ook voor het opzetten van een externe dienstverlening.
Daarbij kijken we bijv. naar de opzet van het Instituut voor Beeld en Geluid, een Nederlands Instituut waar alle beeld- en geluidsarchieven van Nederlandse Publieke Omroep zijn ondergebracht.

Natuurlijk moeten we dan ook het ministerie meekrijgen en er is nu ook besloten om samen met andere instellingen een businessplan voor muziekcollecties te laten opstellen. Tegelijkertijd zijn andere instellingen ook bezig oplossingen te zoeken door samenwerking te zoeken met bibliotheken en archieven.

Wat doet dit alles me persoonlijk?
Je voelt je verantwoordelijkheid en betrokken, je tracht zo goed mogelijk de belangen van de muziekbibliotheek te behartigen met inbegrip van het zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Tegelijkertijd voel je een grote afhankelijkheid van anderen: directie, omroepen, andere afdelingen van het MCO. Je hebt het niet in de hand.

Er zijn wijze raadgevingen: benader fondsen, zoek een mecenas, je moet Europees gaan.
Doe je dan wel genoeg? En werkt het wel zo. Met iedereen praten is zinvol maar andere partijen kunnen ook weer hun eigen belangen hebben.

De weg die ik bewandel is zo goed mogelijk informatie leveren, met name proberen een behoorlijke invulling te krijgen van de ensembletaak en omroeptaak. Goede brieven opstellen voor Raad van Bestuur en de Minister.
En daarnaast mogelijkheden zoeken, d.m.v. onderzoek, om de bibliotheek of delen ervan deel uit te laten maken van een grotere landelijke muziekcollectie.
En open staan voor suggesties, ook een beetje luchtkastelen bouwen, stap voor stap verder werken aan een steeds concretere invulling; optimistisch blijven maar ook realistisch.

Wat de MCO Muziekbibliotheek betreft: Ik blijf erop vertrouwen dat er één zekerheid is: namelijk dat de in de afgelopen 85 jaar opgebouwde collecties niet in de papierversnipperaar of vuilverbrandingsoven zullen verdwijnen.