IAML-conferentie 2002 Berkeley
1 januari 2003
Het langverwachte tweede deel van het verslag dat Gert Floor maakte van de 2002-IAML-conferentie (Berkeley (VS), 4-9 augustus 2002) waarin hij het met name de stand met betrekking tot opleiding en bijscholing in het muziekbibliotheekbedrijf in enkele grote westerse landen bespreekt.
Zoals indertijd beloofd, ga ik dit keer wat dieper in op een aantal onderwerpen die afgelopen zomer aan de orde kwamen, zoals de opleiding tot en (bij)-scholing van muziekbibliothecarissen. Hierover waren voordrachten uit Italië, de VS en Engeland.
In Italië wachten nog veel (muziek)bibliotheekschatten op toereikende catalogisering door deskundige muziekbibliothecarissen, die echter formeel niet bestaan. Er zijn wel mensen als zodanig werkzaam in een paar openbare bibliotheken en in conservatoria, meestal met een musicologische achtergrond, maar een specifieke opleiding was en is er niet. Met incidentele cursussen, die de laatste jaren door de Italiaanse tak van IAML werden georganiseerd, is geprobeerd in deze leemte te voorzien. De laatste tijd wordt geprobeerd om tot een opleiding te komen, waarbij samenwerking tussen universiteiten (waar de opleiding tot algemeen bibliothecaris is ondergebracht) en conservatoria moet leiden tot een goed curriculum, met voldoende aandacht voor theorie en praktijk.
In de Verenigde Staten bestaat wel een traditie op het gebied van opleiding: in minstens 50 instituten kan een graduate degree behaald worden in Music Library Science. Ten minste 12 hiervan hebben een opleiding tot Master Degree in bibliotheekwetenschap en muziek terwijl nog eens drie specifiek geconcentreerd zijn op muziekbibliotheekwerk. Daarnaast zijn er voor algemeen bibliothecarissen veel mogelijkheden voor aanvullende cursussen of stages in muziekbibliotheekwerk.
Aandacht voor catalogiseren, maar ook conservering van muziekmaterialen, gebruik van bronnen, collectioneren, inrichting van een muziekbibliotheek en keuze van audio/video apparatuur behoort tot de opleiding. Momenteel worden veel opleidingen sterk gereorganiseerd om studenten beter voor te bereiden op het gebruik van actuele computertechnologie (o.a. vinden van electronische informatie, ontwerpen van websites, bewaren electronische informatie). Veel instellingen vereisen voor een baan daarnaast enige aantoonbare muziekopleiding.
In Engeland werd – op verzoek van de leden IAML-UK – in 1998 te Oxford op proef een cursus georganiseerd in “Advanced Reference Sources for Music Librarians”, welke met wijzigingen sindsdien enige malen herhaald is p verschillende plaatsen.
Het ging hier om een bijscholingscursus, waar muziekbibliothecarissen kennis konden nemen van nieuwe bronnen van informatie, niet alleen electronisch. Bij de organisatie bleek het van belang om oog te hebben voor verschillen tussen muziekbibliothecarissen in hun behoefte aan bepaalde bronnen. Onderlinge uitwisseling in paneldiscussies en het daadwerkelijk laten zien van de verschillende bronnen bleek heel goed te werken.
In persoonlijke gesprekken bleek, dat de plannen zoals die een jaar eerder in Perigueux gepresenteerd waren voor opleiding en organisatie van (openbaar) muziekbibliotheekwerk in Frankrijk, moeizaam van de grond komen. Zo hoorde ik ook, dat in Stuttgart (Duitsland) een deeltijdopleiding tot muziekbibliothecaris in de maak is, die gaat opleiden tot een Masters degree (deze is inmiddels in maart 2003 van start gegaan). Hier zijn ook buitenlandse studenten uitdrukkelijk welkom. Voor wie een algemene bibliotheekopleiding heeft, is een verkort studietraject mogelijk. Het lijkt op dit moment de enige gerichte opleiding tot muziekbibliothecaris in heel Europa te zijn. Meer informatie op hun website.
Grote verschillen wereldwijd, maar ook overeenkomsten met de situatie in Nederland (momenteel geen opleiding tot muziekbibliothecaris) en kansen voor nieuwe initiatieven (Duitsland, Engeland, misschien Frankrijk en Italië) wellicht t.z.t. samenwerking in Europees verband? Het was heel stimulerend om te horen hoe elders met dit onderwerp wordt omgegaan!
Interessant was ook de aandacht voor Amerikaanse “niet-klassieke” muziek, die op verschillende manieren naar voren kwam: het conserveren van oude opnamen en het via internet beschikbaar stellen ervan; hoe de bestudering van deze (aanvankelijk veronachtzaamde) muzieksoorten geleidelijk meer in de wetenschappelijke aandacht zijn gekomen. Wat dit o.a. oplevert is te zien op de website van het APAM project (Archive of Popular American Music) van de University of California in Los Angeles.
Ook van de kant van de orkestbibliotheken waren er bijdragen, zo vertelde de bibliothecaris van het Chicago Symphony Orchestra over haar naspeuringen in de muziekbibliotheek van de eerste dirigent van dat orkest: Theodore Thomas. Vooral ook interessant, omdat op een andere manier tegen een orkestbibliotheek wordt aangekeken: hoe is dit bezit tot stand gekomen, wat is ermee gedaan en door wie?
Een vergelijking tussen de muziekcollectie van drie openbare bibliotheken in verschillende plaatsen in de VS vormde het onderwerp van een voordracht, waarbij weer eens bleek hoe belangrijk het is om aan te sluiten bij de wensen van je gebruikers.
Deze de laatste presentatie bleek achteraf een goede aanvulling uit de praktijk op het artikel door Linda B. Fairtile en Karen M. Burke: “Music Collections in American Public Libraries” in “Fontes” Oct.-Dec. 2001, een themanummer, dat eigenlijk vooruit had moeten kijken naar de conferentie.
Al met al was deze IAML-conferentie een bezoek meer dan waard!
Gert Floor